Ter lezing: De stijl der Vrije Metselaren anno 2020

Gepubliceerd op Zaterdag 10 oktober door de Troffel

Dit is een bijdrage van Huib Lazet. Vrijmetselaar, al heel lang en pur sang.

Een van de aspecten die mij aantrok toen ik me bijna veertig jaar geleden aanmeldde voor het lidmaatschap van de Orde, was het stijlvol omgaan met tradities. Ik bespeurde dat in wat ik las over vrijmetselarij en in de manier waarop de heren vrijmetselaars zich gedroegen in de informatieve gesprekken die we hadden. Ze waren vriendelijk, tolerant en belangstellend. Ook waren ze voorkomend, bescheiden, openhartig, betrokken, opgewekt, positief, welwillend en meedeelzaam.

De stijl der Vrije Metselaren

Dit werd ‘de stijl der Vrije Metselaren’ genoemd en die heb ik me zo goed mogelijk eigen gemaakt vanaf mijn toetreding tot de Orde in mijn moederloge West-Friesland en in de loges waarvan ik daarna lid werd. Die 'stijl' werd voor me zichtbaar in de traditie en in de mores van de Orde en van de loges.

De traditie lag vast. Zo is dat met tradities, die zijn namelijk de weerslag van gebeurtenissen in het verleden en dat verleden is wat het was. Je accepteert het verleden of je keert je ervan af, veranderen kun je het niet. Je kunt dan ook een traditie wel overboord gooien en eventueel vervangen door een andere, maar ook dan grijp je weer naar vastliggende gebeurtenissen uit het verleden. Als je helemaal wilt afzien van een bestaande traditie, kun je zelf een nieuwe traditie opbouwen, maar die wordt pas na jaren zichtbaar, voor je nageslacht, als je zelf een deel van het verleden bent geworden.

De Mores

Wat veel minder vastligt dan een traditie zijn de mores, de regels van omgang met elkaar, de gedragsregels. Nou, ze hebben me destijds in West-Friesland ‘mores geleerd’. Ik leerde hoe ik me als vrijmetselaar diende te gedragen: vriendelijk, tolerant, belangstellend, voorkomend, bescheiden, openhartig, betrokken, opgewekt, positief, welwillend en meedeelzaam. In de mores zat ook: het handelen met respect voor de geaccepteerde en gehanteerde traditie.

In de loop der jaren heb ik in onze Nederlandse Orde, in buitenlandse loges en in andere obediënties gezien hoe tradities worden gehandhaafd. Ze blijken een onderling bindende rol te spelen, vooral bij ontmoetingen tussen vrijmetselaren uit verschillende loges en uit verschillende landen. Ze zorgen voor herkenning en geven daarbij een gevoel van geborgenheid en van 'bij elkaar horen'. Het ontmoeten van een andere vrijmetselaar is altijd een moment van herkenning.

Iets anders ligt het met mores. Die lopen nogal uiteen in de verschillende loges. We zeggen dan dat iedere loge z'n eigen 'karakter' heeft. De mores zijn veel meer een weerspiegeling van de ethische waarden en normen die de broeders met zich in de loge brengen. Mores kunnen, in tegenstelling tot een traditie, veranderen. In loges is dat altijd een dynamisch proces. In een kleine groep veranderen de mores redelijk gemakkelijk door de instroom van nieuwe leden en de uitstroom van oudere leden. In een grote groep, zoals een Orde als geheel, is die instroom en uitstroom relatief veel kleiner en zie je de mores dan ook veel langzamer veranderen.

De stijl der Vrije Metselaren kan niet anders zijn dan het natuurlijke resultaat van de collectieve traditie en het geheel van mores. Ik ontmoet vrijmetselaren, die de ‘stijl der Vrije Metselaren’ heel graag willen vernieuwen, actief aanpassen aan deze tijd, aansluiten bij wat jonge mannen van nu bezighoudt. Als het moet willen ze zelfs de bestaande traditie overboord zetten, zonder zich af te vragen welke traditie daarvoor in de plaats moet komen. Ze zijn soms geneigd de hectiek, de zakelijkheid, de organisatiemodellen, de efficiëncy, de discussies en de polarisaties uit hun profane leven binnen de loge te brengen, onder het motto: 'de loge moet een afspiegeling zijn van het gewone leven'.

Rust en veiligheid

En juist met dat laatste heb ik moeite. De loge is voor mij namelijk een plek waar het gewone leven eventjes wordt buitengesloten, waar de buitendeur even letterlijk dichtgaat en daarbij ook symbolisch zorgt voor de rust en veiligheid waarin ik me samen met mijn broeders mentaal kan openstellen om een inwijding te beleven. Want de rituele inwijding in de geheimen van ons beschermde eigen binnenste is nog steeds de meest kenmerkende hoofdzaak van onze samenkomsten als vrijmetselaren. Voor mij komt het van gedachten wisselen met elkaar in voorhofscomparities op een veel latere plaats, zeker wanneer die gedachten-wisselingen wel eens de vorm aannemen van debatten waarin stellingen worden betrokken en het eigen gelijk wordt gezocht.

Is de stijl der Vrije Metselaren een verplichting of een verantwoordelijkheid? Voor mij is het beide.

Ik voel me verantwoordelijk voor het ongeschonden doorgeven van het traditionele kader waarin de stimulans van mijn geestelijke groei mogelijk wordt, zoals ik dit zelf heb mogen ontvangen. De verplichting die daaruit voortvloeit voel ik niet als een opgelegde verplichting, maar als een taak die ik vrijwillig op me heb genomen door mijn bewust en weloverwogen aangegaan lidmaatschap. De stijl der vrije metselaren helpt ons te zoeken naar dat wat ons tot elkaar brengt en weg te nemen wat ons van elkaar verwijdert, zowel binnen als buiten de loge.

Voorop staat: respect voor de hoge waarde van de mens, ook wel genoemd: liefde tot de medemens. En vanuit dat besef streef ik ernaar vriendelijk, tolerant, belangstellend, voorkomend, bescheiden, openhartig, betrokken, opgewekt, positief, welwillend en vooral ook meedeelzaam te zijn.